Portfolio
‘Black-out’.
“Voetbal is een deel van mijzelf, het houdt je uit de problemen.
Discipline. Het laat je rennen in de morgenstond. Wanneer je rent, maak je je hoofd leeg.
De wereld om je heen ontwaakt”

Deze poëtische woorden zijn niet van een beroemde voetballer maar van de muzikant en toegewijd rastafari, Bob Marley, de grondlegger van de reggae.
Ik vond zijn uitspraak terug in een leuk boekje van de Britse schrijver Mark Perryman, getiteld:”Het filosofen-elftal”.
De schrijver, in de rol van trainer/coach, stelt daarin een elftal op van elf denkers met de bedoeling totaalvoetbal te spelen.
Het boekje is een hersenspinsel over wat er gebeurd zou zijn als bij deze grote denkers de hersenen niet in hun hoofd maar in hun benen hadden gezeten.
In het fantasieteam stond Bob Marley linksbuiten en hij had zijn uitverkiezing te danken aan zijn relaxte sprints langs de lijn en aan de wijze waarop Bob zijn tegenstanders met zijn wapperende dreadlocks keer op keer uitgeput achter zich wist te laten. Bob hield van harmonie en van een eigen ritme en bereidde met zijn acties als solist vele doelpunten van zijn medespelers voor (als een Coentje Moulijn).
Bob genoot van elk doelpunt en hij vierde dit met zijn teamgenoten in uitzinnige vreugde.
“Is this Love”? (Bob Marleysong)
Winnen is leuk, en daar moest ook fel voor gestreden worden maar een gelijkspel zo nu en dan vond Bob op zich niet heel erg. Voor de drie punten gaan, betekent niet dat je ze ook altijd krijgt.
Bob Marley, was een wijze man, ‘get up and stand up for your rights, sta op voor je rechten’ zong hij vaak en voordat je het wist ging hij er met de bal vandoor om een legendarische voorzet te geven en hoog bovenin de lijst van beslissende ‘assists’ te eindigen.
De opstelling van Marley in het filosofenelftal is opmerkelijk te noemen maar de schrijver/coach compenseert het soortelijke gewicht aan denkvermogen ruimschoots door achterin het Oostenrijks/Duits verdedigingsblok van Ludwig Wittgenstein (‘waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’) en Friedrich Nietzsche (‘God is dood’) te zetten.

Zo mijmerend over de prikkelende schoonheid van de combinatie intellectuelen en voetbalsport, komt de confrontatie met de uitwassen van de huidige profvoetbalpraktijk aan als een brute aanranding.
Als er gisteravond bij de Nationale IQ-test van BNN gekozen had geworden voor deelname van een groep profvoetballers, dan denk ik dat het vak 60 plussers (de groep van uw columnist) niet laatste was geworden.

Tsjonge, jonge, jonge, Erik Pieters toch, beste jongen, waar zit je verstand?
Oh, had je een ‘black-out’? Ach, ‘gossie’ toch. Een ‘black-out’! Wat is dat eigenlijk ‘Eer’ een ‘black out? ‘Ken’ je dat ete ? Dus je ging ‘op zwart’, iets in jou ging op zwart.
Hebben de dokter van PSV of je zaakwaarnemer je ook nog een partiële ontoerekeningsvatbaarheid ingefluisterd. Jij kon er ook eigenlijk niks aan doen want niet jij, maar je hand deed het, toch?
En ene meneer Hazard van Chelsea schopte deze week een ballenjongen, die de bal naar zijn beleving niet snel genoeg teruggaf, in de buik. Ook een gevalletje ‘black-out’ zeker? Met dit soort ‘black-out-gasten’, die hoogstwaarschijnlijk nooit het stadium zullen bereiken van: ‘je gaat het pas zien als je het door hebt’, spelen we straks wellicht in volledig verduisterde stadions.

Aad Faasse
januari 2013